Uitlenen effecten

Beleggingsfondsen lenen effecten uit. Mits veilig uitgevoerd is er vrijwel geen risico. Maar de één neemt hierbij meer risico dan de ander. Waar moet je op letten?

Effecten uitlenen is een veelvoorkomend gebruik bij financiële instellingen. Fonds- en vermogensbeheerders doen het. Maar ook banken en pensioenfondsen. Ondanks dat het uitlenen van effecten met allerlei waarborgen wordt omkleed, is deze activiteit niet helemaal zonder risico. Zoals tijdens de kredietcrisis bleek. Wat zijn de dingen om op te letten?


Hoe werkt het?

Beleggingsfondsen lenen effecten zoals aandelen en obligaties uit aan andere financiële instellingen die om uiteenlopende redenen die effecten tijdelijk willen bezitten. In ruil voor de uitgeleende effecten ontvangt het fonds een premie en een onderpand dat meestal bestaat uit cash of relatief veilige effecten zoals overheidsobligaties. Het onderpand moet dezelfde of een hogere waarde hebben dan de waarde van de uitgeleende effecten. De voorwaarden waaronder dit alles gebeurt worden contractueel vastgelegd.


Waarom uitlenen?

De voornaamste reden waarom beleggingsfondsen en andere financiële instellingen effecten uitlenen is dat zij daarvoor een premie krijgen en dus inkomsten genereren. Bij beleggingsfondsen kan de beheerder die premie laten terugvloeien naar het fonds zodat het de kosten enigszins compenseert en ten goede komt aan de beleggers. De beheerder kan de premie echter ook in eigen zak steken. Een combinatie van beide is ook mogelijk.

Een andere reden om effecten uit te lenen is om ingehouden dividendbelasting terug te vorderen. Beleggingsfondsen die gevestigd zijn in landen waar het terugclaimen van dividendbelasting niet of moeilijk kan, lenen aandelen uit aan partijen die wel in staat zijn de ingehouden dividendbelasting terug te krijgen. De dividendbelasting die op deze manier wordt teruggevorderd wordt dan onderling verdeeld.


Wat zijn de risico’s?

Aangezien beleggingsfondsen die effecten uitlenen een onderpand vragen met minimaal dezelfde waarde als de uitgeleende effecten, lijkt het uitlenen van effecten geen risico met zich mee te brengen. Maar zo eenvoudig is het niet. Want niet elk onderpand is even waardevast. Bovendien hebben sommige partijen die effecten uitlenen nadrukkelijk het doel om het onderpand te gebruiken om zoveel mogelijk rendement te genereren door het risicovol te beleggen. Het feit dat een beleggingsfonds bijvoorbeeld cash als onderpand ontvangt zegt niet zoveel als dat vervolgens wordt aangewend om risicovolle beleggingen aan te schaffen om meer rendement te kunnen maken. En als effecten als onderpand worden ontvangen loopt men sowieso enig risico, al kan dat heel beperkt zijn. Al met al hangt de mate van risico af van wat voor soort onderpand wordt ontvangen en wat er vervolgens mee wordt gedaan.

Dat dit geen denkbeeldig risico is, bleek tijdens de kredietcrisis. Toen leed State Street, een grote Amerikaanse vermogensbeheerder, verliezen met het uitlenen van effecten omdat het onderpand voor een deel was belegd in schuldbewijzen van Lehman Brothers, die failliet ging.


Waarop letten?


Belegt u in een beleggingsfonds dan kan het geen kwaad om bij de beheerder van het fonds eens na te vragen wat hun beleid inzake het uitlenen van effecten is. De volgende vragenlijst kan daarbij van pas komen:

  • Aan wat voor partijen mogen effecten worden uitgeleend?
  • Hoeveel (van het beheerd vermogen) mag er in totaal en per partij worden uitgeleend?
  • Hoeveel onderpand wordt gevraagd: 100%, meer of minder?
  • Welke kwaliteitseisen worden aan het onderpand gesteld?
  • Indien het onderpand wordt belegd, hoe dan? Waarin mag wel en niet worden belegd? Hoeveel risico wordt hierbij genomen?
  • Hoe en met welke frequentie wordt de waarde van het onderpand vastgesteld?
  • Wie draait op voor de schade mocht de partij die de effecten heeft geleend niet aan zijn verplichtingen kunnen voldoen? Het fonds (de beleggers dus), de beheerder of een andere partij b.v. de agent die het uitlenen administratief verzorgt?

In de praktijk is het belangrijkste om te weten dat partijen die effecten uitlenen het onderpand niet risicovol beleggen en dat zij de waarde van het onderpand dagelijks vaststellen (mark-to-market in het jargon) zodat bij onverwachte verliezen zo snel mogelijk maatregelen kunnen worden getroffen om de zekerheidsstelling weer op orde te krijgen.

Ook kan het geen kwaad om goed te kijken voor wie de inkomsten zijn die met het uitlenen van effecten worden gegenereerd. Gaan die naar het fonds (en dus de belegger) of naar de beheerder? Als een beheerder er goed aan verdient dan is er voor hem een prikkel om bij het uitlenen van effecten veel risico te nemen.

Laatste nieuwsartikelen

Ios0224 Downwards Line Chart 5 C2

Negatieve spaarrente

Sparen levert al tijden niets op. Bij grotere spaarbedragen moet u zelfs de bank rente betalen. Hoog tijd om te gaan beleggen.

ADL2 Buiten Bijgeknipt3

Arthur Docters van Leeuwen overleden

Op vrijdag 14 augustus jl. is Arthur Docters van Leeuwen op 75-jarige leeftijd overleden. Tijdens zijn lange en illustere carrière in de publieke sector was hij onder meer voorzitter van het College van procureurs-generaal, hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, tegenwoordig AIVD) en voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Van 2009 tot en met 2019 was Arthur voorzitter van de Raad van Toezicht van Meesman Indexbeleggen.

Ios0201 Island 7 C4

Tegengeluid

Vijftien jaar geleden bestond indexbeleggen niet in Nederland. Wie indexbeleggen promootte was een roepende in de woestijn. Nu is de boodschap van actieve beleggers een ‘tegengeluid’.