Betere benchmark

De AFM wil dat beleggingsfondsen een benchmark gebruiken die goed vergelijkbaar is met de beleggingen van het fonds. Zodat beleggers niet langer op het verkeerde been worden gezet.

In 2009 heeft Meesman Index Investments voor het eerst aandacht gevraagd voor het feit dat steeds meer (actief beheerde) beleggingsfondsen een benchmark (vergelijkingsmaatstaf) hanteren die niet goed weerspiegelt waarin en hoe het fonds belegt. Fondsen die een niet-representatieve benchmark gebruiken zetten beleggers op het verkeerde been wat betreft het risico van het fonds en stellen hun rendementen veelal beter voor dan ze zijn. Het fonds OBAM gaven wij als voorbeeld van hoe het niet moet. Wij hebben toen een aantal marktpartijen uitgenodigd hierover met ons in discussie te gaan. Daar gingen zij niet op in.


AFM is om

Vorig jaar heeft de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) dit onderwerp ook geagendeerd. En vorige week heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) er voor het eerst iets over gepubliceerd. In een bericht op haar website laat de AFM weten dat uit een verkenning is gebleken dat het gebruik van benchmarks ‘voor verbetering vatbaar is’. Volgens de AFM is het belangrijk dat de benchmark goed vergelijkbaar is met de beleggingen van het fonds. Volgens de AFM komt een goede benchmark op de volgende punten overeen met het fonds:

  • het soort instrument waarin wordt belegd
  • de valuta, regio en sectoren waarin wordt belegd
  • de afhankelijkheid van prestaties van een bepaalde vermogenstitel (bijvoorbeeld een zwaarwegend aandeel) in het fonds en de benchmark (concentratie)

Hiermee zegt de AFM in feite dat de benchmark van een beleggingsfonds goed moet weerspiegelen waarin het fonds belegt. Een aandelenfonds dat niet alleen belegt in aandelen uit ontwikkelde landen maar ook in aandelen uit opkomende landen, moet aandelen uit opkomende landen in de benchmark opnemen. Een aandelenfonds dat ook belegt in aandelen van kleine ondernemingen moet deze aandelen in de benchmark opnemen. Enzovoort.


Ook de beleggingsstijl

De AFM zegt echter niet dat de benchmark ook zou moeten weerspiegelen hoe het fonds belegt d.w.z. dat als een beleggingsfonds een bepaalde beleggingsstijl hanteert dit ook in de benchmark tot uitdrukking zou moeten komen. Aandelenfondsen kunnen bijvoorbeeld een waarde- of groeistijl hanteren. Voor een wereldwijd aandelenfonds met een waarde stijl (belegt in aandelen met relatief lage waarderingen) is bijvoorbeeld de MSCI World Value Index de relevante benchmark, niet de ‘gewone’ MSCI World Index. En een Europees aandelenfonds dat belegt in aandelen met een hoog dividendrendement dient bijvoorbeeld de MSCI Europe High Dividend Yield Index als benchmark te gebruiken in plaats van de standaard MSCI Europe Index. Bij Nederlandse beleggingsfondsen zie je de beleggingsstijl zelden terug in de benchmark. In de VS gebeurt dit wel.


Nu de uitvoering nog

Het kan zijn dat de AFM met de opmerking dat de benchmark overeen moet komen met ‘het soort instrument waarin wordt belegd’ wel bedoelt dat de benchmark ook de beleggingsstijl dient weer te geven, maar helemaal helder is dit niet. Het zou goed zijn als de AFM dit verduidelijkt en vervolgens strikt toeziet op naleving van het juiste gebruik van een benchmark. Dan kan ook deze vorm van misleiding van beleggers tot het verleden gaan behoren.

Laatste nieuwsartikelen

Ios0131 Lightbulb 5 C2

Actief beleggen is apekool

In de Volkskrant van vandaag staat een helder verhaal over indexbeleggen. Een korte maar krachtige samenvatting van wat wij al 16 jaar verkondigen. Op een A4. Mis het niet.

Ios0129 Pie Chart 5 C2

Kiezen is verliezen

Veel beleggers denken dat ze ongeveer 50% kans hebben om een goed presterend aandeel te selecteren. Mis. De kans op succes is minder dan 20%. Begin er niet aan.

Ios0225 Line Charts 5 C2

Het inflatiespook

De inflatie loopt op. De rente dus ook. Iedereen zegt dat je dan niet in obligaties moet beleggen. Maar dat is te kort door de bocht. Kortlopende obligaties zijn misschien wel precies wat je hebben moet.