Beleggingsfondsen kerkhof

Veel beleggingsfondsen worden vroeg of laat gesloten. Meestal vanwege slechte prestaties. Voor een goed beeld van hoe beleggingsfondsen presteren moeten deze ‘dode’ fondsen altijd worden meegenomen.

Bij onderzoek naar de prestaties van beleggingsfondsen worden fondsen die niet meer bestaan meestal niet in het onderzoek meegenomen. Deze ‘dode’ fondsen zijn bijna altijd slecht presterende fondsen. Door ze buiten beschouwing te laten ontstaat een veel te rooskleurig beeld van de prestaties van beleggingsfondsen. Zoals blijkt uit een nieuw onderzoek van Vanguard, een Amerikaanse fondsbeheerder, genaamd ‘Het beleggingsfondsen kerkhof: een analyse van dode fondsen’.

Het onderzoek heeft betrekking op meer dan vijfduizend Amerikaanse beleggingsfondsen over de periode van 1997 tot en met 2011. De belangrijkste bevindingen van het onderzoek zijn als volgt:

  • Beleggers die begin 1997 in een beleggingsfonds waren gestapt hadden toen een kans van 22% dat zij een fonds zouden kiezen dat de index zou verslaan en een kans van 79% dat zij een fonds zouden kiezen dat bij de index zou zijn achtergebleven.
  • Van de 5.108 beleggingsfondsen die begin 1997 bestonden waren 2.364 vóór eind 2011 weer gesloten. 46 procent van de beleggingsfondsen had dus binnen 15 jaar het loodje gelegd. Meestal werden ze gefuseerd met andere fondsen. Soms werden ze opgeheven.
  • Van de 2.364 fondsen die het niet hebben overleefd presteerde 89 procent slechter dan de index. Een slecht rendement is ook meestal de reden waarom een fonds wordt gesloten.
  • Van de beleggingsfondsen die met een ander fonds werden gefuseerd bleef 73 procent het na de fusie slechter doen dan de index. Na de fusie werden de resultaten dus iets beter dan voor de fusie maar de overgrote meerderheid bleef ook na de fusie achter bij de index. Met een fusie schiet de belegger dus weinig op.
  • Van de aandelenfondsen die beleggen in waarde-aandelen van grote bedrijven (large cap value) en de hele periode van 15 jaar hebben overleefd, presteerde 50 procent beter dan de index. Maar hou je rekening met de resultaten van de ‘dode’ fondsen in deze categorie (de fondsen die in die 15 jaar gesloten zijn), dan verslaat nog maar 27 procent van de fondsen in deze categorie de index. Bij aandelenfondsen die beleggen in groei-aandelen van grote bedrijven (large cap growth) versloeg 34 procent tussen 1997 en 2011 de index maar inclusief de ‘dode’ fondsen in deze categorie was dat nog maar 18 procent. Het maakt al met al dus nogal wat uit of je ‘dode’ fondsen wel of niet meeneemt.

 

Dit onderzoek laat zien dat beleggers in beleggingsfondsen er rekening mee moeten houden dat hun fondsen op een gegeven moment worden gefuseerd met een ander fonds, dat dit vrijwel zeker het gevolg is van slechte prestaties en dat er weinig kans is dat het daarna veel beter gaat.

Maar de belangrijkste bevinding van dit onderzoek is toch wel dat om een goed beeld te krijgen van hoe beleggingsfondsen presteren, de prestaties van inmiddels niet meer bestaande fondsen altijd in het onderzoek moeten worden meegenomen. Alleen dan krijg je een betrouwbare indicatie van de kans op succes bij beleggen in beleggingsfondsen.

Laatste nieuwsartikelen

Ios0131 Lightbulb 5 C2

Actief beleggen is apekool

In de Volkskrant van vandaag staat een helder verhaal over indexbeleggen. Een korte maar krachtige samenvatting van wat wij al 16 jaar verkondigen. Op een A4. Mis het niet.

Ios0129 Pie Chart 5 C2

Kiezen is verliezen

Veel beleggers denken dat ze ongeveer 50% kans hebben om een goed presterend aandeel te selecteren. Mis. De kans op succes is minder dan 20%. Begin er niet aan.

Ios0225 Line Charts 5 C2

Het inflatiespook

De inflatie loopt op. De rente dus ook. Iedereen zegt dat je dan niet in obligaties moet beleggen. Maar dat is te kort door de bocht. Kortlopende obligaties zijn misschien wel precies wat je hebben moet.