Beheerders beter belonen

Fonds- en vermogensbeheerders verdienen veel geld, of ze nou goed presteren of niet. Dat moet anders. Bij slechte prestaties moeten de verdiensten minimaal zijn. Prijs en kwaliteit moeten aan elkaar gekoppeld zijn.

Een recente publicatie van de Boston Consulting Group laat zien dat vermogensbeheerders een winstmarge hebben van meer dan 30 procent. Heel hoog in vergelijking met andere sectoren. En dat voor een bedrijfstak die grotendeels geen toegevoegde waarde biedt. Uit een recent onderzoek van Morningstar blijkt dat 88 procent van de wereldwijd beleggende aandelenfondsen dit jaar achterblijft bij de index. En op lange termijn meer dan 80 procent zijn belofte om de index te verslaan niet nakomt. Hoe is het mogelijk dat een bedrijfstak met een slecht product zoveel kan (blijven) verdienen?


Altijd kassa

Er zijn vele oorzaken. Eén is de manier waarop fonds- en vermogensbeheerders worden beloond. Zij verdienen veel geld, of ze nou goed presteren of niet. In de beloningstructuur is geen (of onvoldoende) verband tussen prestatie en beloning. De oplossing voor dit probleem is om de beloning beter af te stemmen op de ‘echte’ prestatie of toegevoegde waarde van de beheerder. In The Economist stond deze week een artikel over een voorstel hiertoe van Paul Myners, een minister in de laatste Labour regering in Engeland. Om vast te stellen of een beheerder over een bepaalde periode waarde heeft toegevoegd zou je het behaalde rendement moeten vergelijken met het rendement dat zou zijn behaald als hij niets had gedaan d.w.z. als hij de portefeuille aan het begin van de periode gewoon had gelaten zoals die was. Een heel eenvoudig idee eigenlijk. De moeite waard om verder te onderzoeken.


Loon naar prestatie

Wij hebben een ander voorstel. Uitgangspunt daarbij is dat een actieve belegger alleen meer betaald zou moeten krijgen dan een passieve belegger als hij ook beter presteert d.w.z. als hij zijn belofte om de markt te verslaan daadwerkelijk nakomt. Een logische beloningstructuur is dan een basis beheervergoeding die overeenkomt met wat een vergelijkbaar passief beheerd indexfonds in rekening brengt plus een prestatievergoeding (performance fee) die afhangt van de mate waarin het behaalde resultaat beter dan wel slechter is dan de voor dat fonds relevante benchmark of index.

Wil deze beloningsstructuur effectief zijn dan zijn twee zaken van belang. De prestaties moeten worden vergeleken met een representatieve benchmark d.w.z. een benchmark die het beleggingsuniversum en de beleggingsstijl van het beleggingsfonds correct weerspiegelt. Veel fondsen hebben nu geen representatieve benchmark. En om het nemen van excessieve risico’s tegen te gaan, moet de prestatievergoeding symmetrisch zijn. Bij het verslaan van de index verdient de beheerder meer. Blijven de resultaten achter bij de index dan moet de beheervergoeding deels of geheel aan het fonds worden terugbetaald. Slecht presteren moet voor de beheerder betekenen dat hij echt inlevert, verlies ervaart. Het moet meer zijn dan een extraatje (de prestatievergoeding) missen.


Ik win, jij verliest

Bij vermogensbeheer zijn prestatievergoedingen nu (bijna) altijd asymmetrisch. De beheerder verdient meer als hij goed presteert maar hoeft niet in te leveren als hij slecht presteert. De beheerder heeft dan een prikkel om excessieve risico’s te nemen. Pakt het goed uit, dan krijgt hij een extra vergoeding. Loopt het verkeerd af, dan mist hij het extraatje maar krijgt hij nog altijd een genereuze beheervergoeding. De echte pijn is voor de klant. Hier duikt het probleem van de moral hazard op - het gegeven dat mensen zich anders gedragen als zij de mogelijke negatieve gevolgen van de risico’s die zij nemen niet zelf dragen maar op anderen kunnen afwentelen.


Afromen

In de VS is het al lang zo dat als beleggingsfondsen een prestatievergoeding willen hanteren, die symmetrisch moet zijn. Die stap moeten wij nu ook nemen. Voegen we daar een lage basisvergoeding aan toe en stellen we dit verplicht voor alle vormen van vermogensbeheer (inclusief hedgefondsen) dan hebben we een veel betere beloningsystematiek voor beheerders van andermans geld. Een systematiek die tot gevolg heeft dat slecht presteren voor beheerders veel minder winstgevend wordt. En dat is nodig om ervoor te zorgen dat de vermogensbeheerindustrie niet jaarlijks miljarden euro’s van ons spaargeld blijft afromen.

Laatste nieuwsartikelen

Ios0129 Pie Chart 5 C2

Kiezen is verliezen

Veel beleggers denken dat ze ongeveer 50% kans hebben om een goed presterend aandeel te selecteren. Mis. De kans op succes is minder dan 20%. Begin er niet aan.

Ios0225 Line Charts 5 C2

Het inflatiespook

De inflatie loopt op. De rente dus ook. Iedereen zegt dat je dan niet in obligaties moet beleggen. Maar dat is te kort door de bocht. Kortlopende obligaties zijn misschien wel precies wat je hebben moet.

Ios0150 Piggy Bank 6 C3

Een alternatief voor sparen

Steeds meer mensen moeten rente over hun spaargeld betalen in plaats van dat ze er juist rente over ontvangen. De veiligste soort obligaties zijn een interessant alternatief. En u wordt niet beperkt door de depositogarantieregeling.