Indexfondsen per definitie beter

De index is niets meer en niets minder dan een maatstaf voor het gemiddelde rendement van alle beleggers. Dit betekent dat circa 50 procent van alle beleggers een beter en circa 50 procent een slechter brutorendement (vóór kosten) behaalt dan de index. Omdat de kosten van actief beleggen veel hoger zijn dan de kosten van passief beleggen, kan het niet anders dan dat de meeste actieve beleggers een slechter nettorendement (na kosten) behalen dan passieve beleggers, zoals indexfondsen.

Anders gezegd: vóór kosten presteren actieve en passieve beleggers gemiddeld even goed. Na kosten presteren passieve beleggers per definitie beter vanwege de lagere kosten. 

The proof is embarrassingly simple

William Sharpe, grondlegger van de moderne beleggingstheorie en winnaar van de Nobelprijs voor de economie in 1990, formuleerde het ooit als volgt:

'Because active and passive returns are equal before costs, and because active managers bear greater costs, it follows that the after-cost return from active management must be lower than that from passive management. [...] The proof is embarrassingly simple and uses only the most rudimentary notions of simple arithmetic.'

William Sharpe, The Financial Analysts' Journal, January/February 1991