'Gratis Lunch'

breedspreiden.png31 januari 2020

Rendement en risico gaan hand in hand. Er is één uitzondering: door breed te spreiden krijg je voor hetzelfde risico een hoger rendement. Wetenschappers noemen dit een ‘gratis lunch’.

De werking van financiële markten is uitermate complex. Koersen van aandelen en obligaties zijn het resultaat van vraag en aanbod. En vraag en aanbod komt tot stand in een complexe cocktail van financiële, economische, politieke, technologische en psychologische factoren. Factoren die elkaar ook nog eens beïnvloeden. En de manier waarop ze dat doen verandert in de tijd. Verbanden en patronen die je in het verleden kunt waarnemen, blijken in de toekomst vaak niet meer te werken. Niets is statisch. Alles is dynamisch. Daarom zijn beurskoersen zo moeilijk te voorspellen.

Gouden regel
Daarom ook zijn er maar weinig ‘gouden regels’ die je als belegger houvast kunnen bieden. Maar een paar gouden regels zijn er wel. De belangrijkste is dat rendement en risico altijd samen gaan. Wat betekent dat je alleen meer rendement kunt behalen door meer risico te nemen. Maar zelfs deze gouden regel kent een uitzondering: breed spreiden. Door breed te spreiden kan je met hetzelfde risico een hoger rendement behalen in vergelijking met een minder breed gespreide belegging. Of met een lager risico hetzelfde rendement behalen. In beleggersjargon heet dit een ‘gratis lunch’.

Breed spreiden
Dat een gratis lunch in de praktijk ook echt bestaat is bij beleggen in aandelen goed te zien. De kern van een goed gespreide aandelenportefeuille bestaat meestal uit aandelen van (middel)grote bedrijven uit ontwikkelde landen. De bekendste index voor dit segment van de wereldwijde aandelenmarkt is de MSCI World Index. In de onderstaande tabel ziet u het rendement en het risico van deze index sinds 1999 (de start van de euro).

grafiek 1.JPG

Sinds 1999 is er twee keer een grote beurscrisis geweest: het leeglopen van de dotcom bubbel tussen september 2000 en maart 2003 en de kredietcrisis van juni 2007 t/m maart 2009. In beide crises verloor de MSCI World Index tussen hoogte- en dieptepunt ongeveer de helft van zijn waarde. Overigens verklaren de twee grote crises ook het bescheiden gemiddelde rendement van 5,6% per jaar. Op langere termijn (sinds 1926) is het gemiddelde rendement meer dan 8% per jaar.

Nog breder spreiden
De MSCI World Index beslaat echter maar een deel van de wereldwijde aandelenmarkt. Op dit moment ongeveer 77%. Aandelen uit opkomende landen en aandelen van kleine bedrijven zitten niet in deze index. De index waar alles in zit is de MSCI All Country World Index (ACWI) IMI. Deze index bestaat uit aandelen van grote, middelgrote en kleine bedrijven uit zowel ontwikkelde als opkomende landen. In de grafiek ziet u de ontwikkeling van beide indexen sinds 1999.

grafiek 2.JPG

In de tabel hieronder staat het rendement en het risico van beide indexen in cijfers. Die laten zien wat de theorie voorspelt: door niet alleen in (middel)grote bedrijven van ontwikkelde landen te beleggen, maar ook in opkomende landen en kleine bedrijven, krijg je voor hetzelfde risico een (iets) hoger rendement.

Grafiek 3.JPG

Bewegen niet samen
De verklaring voor deze gratis lunch is heel eenvoudig. Het komt doordat niet alle delen van de aandelenmarkt gelijktijdig met elkaar op en neer bewegen. Soms stijgen bijvoorbeeld de aandelen in de ontwikkelde landen harder dan die in de opkomende landen. Zoals in de afgelopen tien jaar: rendement van 12% per jaar voor de MSCI World Index versus 6% per jaar voor de MSCI Emerging Markets Index. Soms is het andersom. Zoals in de tien jaar daarvoor: rendement van +6% per jaar voor de MSCI Emerging Markets Index versus -4% per jaar voor de MSCI World Index.

In slechte tijden geldt hetzelfde: de verschillende delen van de aandelenmarkt gaan niet synchroon onderuit. Zo zijn kleine bedrijven tijdens de dotcom crisis 15 procentpunt minder in waarde gedaald dan grote bedrijven. Dit dempte het verlies van het geheel. En tijdens de kredietcrisis begonnen de koersdalingen van aandelen uit opkomende landen vijf maanden later dan in ontwikkelde landen en begonnen het herstel vier maanden eerder. De periode van dalende koersen was dus al met al negen maanden korter dan in de ontwikkelde landen. Ook dit had een dempend effect op het verlies van een breed gespreide wereldwijde aandelenportefeuille.

Echt wereldwijd spreiden
Doordat de verschillende delen van de wereldwijde aandelenmarkt niet precies met elkaar meebewegen is de bewegelijkheid van een echt wereldwijde aandelenportefeuille minder dan de bewegelijkheid van ieder van de delen. Daarom loont het om aandelen van opkomende landen en kleine bedrijven toe te voegen aan een portefeuille van aandelen van grote bedrijven uit ontwikkelde landen. Het verhoogt het rendement maar niet het risico. Zo breed mogelijk spreiden geeft de beste verhouding tussen risico en rendement.

« Meer columns