Niet iedereen kan beter dan gemiddeld zijn

eenvoud.png26 november 2019

Psychologen en gedragswetenschappers hebben ons geleerd dat het een menselijk trekje is om je eigen kunnen te overschatten. Uit onderzoek blijkt dan ook dat zo’n 80 procent van de mensen denkt dat ze beter autorijden, een beter gevoel voor humor hebben en beter in de liefde zijn dan anderen.

Een beetje zelfvertrouwen is prettig maar dit soort uitkomsten zijn natuurlijk helemaal niet mogelijk. Inherent aan een gemiddelde is dat de helft er boven zit en de helft er onder. Per definitie is slechts 50% van de mensen ergens beter in dan gemiddeld. Nooit 80%. 

Iedereen doet het beter dan gemiddeld
Bij actieve beleggers speelt hetzelfde fenomeen. Ze erkennen dat de overgrote meerderheid van de actieve beleggers er niet in slaagt een beter rendement dan de index te behalen. Nu dit al tientallen jaren in onderzoek na onderzoek telkens weer wordt aangetoond, valt dit ook niet meer met droge ogen te ontkennen. Maar actieve beleggers zeggen er vervolgens wel meteen bij dat zij de markt wel verslaan. Voor een enkeling kan dit waar zijn, maar voor de meeste niet. Niet iedereen kan beter dan gemiddeld presteren.

Nulsomspel
Actief beleggen is een zogeheten nulsomspel. Een nulsomspel is een spel waarbij winst voor de ene speler een (even groot) verlies voor een andere speler betekent. Anders gezegd, bij een nulsomspel kan je alleen winst maken als een ander een even groot verlies maakt. Bij elkaar opgeteld is de winst van alle spelers nul. Bij actief beleggen betekent dit dat als de ene actieve belegger een beter dan gemiddeld rendement behaalt, er een andere actieve belegger moet zijn met een minder dan gemiddeld rendement. Een actieve belegger kan alleen winst maken door een andere actieve belegger met verlies op te zadelen.

Vóór kosten hetzelfde rendement
Wat is de impact van kosten op het rendement van actief beleggen in vergelijking met passief beleggen? Stel dat in een bepaald jaar het marktrendement 8% is. De groep passieve beleggers maakt dan ook 8% rendement (vóór kosten). Zij volgen immers de markt en behalen dus hetzelfde rendement als de markt. En dan kan het niet anders dan dat de andere groep, de actieve beleggers, ook een gemiddeld rendement behalen van 8% (vóór kosten). Alleen dan kan het gemiddelde van beide groepen uitkomen op 8%, het marktrendement van dat jaar.

Na kosten een lager rendement
Het gemiddelde rendement van de groep actieve beleggers is dus per definitie hetzelfde als het rendement van de passieve beleggers. In een wereld zonder kosten is dit altijd het geval. In de echte wereld gaat beleggen echter gepaard met kosten. En zijn de kosten van actief beleggen (veel) hoger dan de kosten van passief beleggen. Met als gevolg dat het gemiddelde rendement van actieve beleggers nà kosten per definitie lager is dan het rendement van passieve beleggers.

The loser’s game
Zolang actief beleggen duurder is dan passief beleggen zullen de meeste actieve beleggers minder rendement behalen dan passieve beleggers. Dat kan niet anders. Met actief beleggen is de kans dus groter dat je verliest dan dat je wint (in vergelijking met passief beleggen). Daarom wordt actief beleggen in Amerika vaak omschreven als the loser’s game.

« Meer columns