Bij indexfondsen gaat het om het totaalplaatje

meergeld2.png15 april 2019

Indexfondsen met lagere kosten presteren lang niet altijd beter dan indexfondsen met hogere kosten. Omdat andere kenmerken vaak belangrijker zijn voor het rendement. Kijk altijd naar het totaalplaatje.

Vraag een gemiddelde indexbelegger waar hij/zij vooral op let bij het kiezen van een indexfonds (of ETF) de meeste zullen zeggen dat het de kosten zijn. Veel indexbeleggers kijken zelfs alleen maar naar de kosten. Aan andere kenmerken wordt niet of nauwelijks aandacht besteed.

Dat er goed naar de kosten wordt gekeken is te begrijpen. Ze zijn belangrijk voor het rendement. Maar alleen naar de kosten kijken is onverstandig. Omdat andere kenmerken van indexfondsen ook belangrijk zijn voor het rendement, en vaak zelfs belangrijker. Bovendien moet je niet alleen naar het rendement maar ook naar de risico’s kijken. Het gaat om het totaalplaatje.

Belangrijkste kenmerken van indexfondsen
Beleggen draait om rendement en risico. Het rendement en risico van een indexfonds worden door een heleboel factoren bepaald. De vijf belangrijkste zijn:

  1. Welke index wordt gevolgd? Is het een breed gespreide index of niet? Hoe worden de aandelen geselecteerd? Hoe worden de aandelen gewogen? Wordt duurzaam belegd of niet? Wordt valutarisico afgedekt of niet? Het rendement en risico van een indexfonds worden grotendeels bepaald door de kenmerken van de index die het volgt. De eerste en belangrijkste vraag die elke indexbelegger zich moet stellen is dan ook welke index hij/zij wil volgen. Daarbij is het belangrijk om te realiseren dat je alleen passief belegt als je een wereldwijd gespreide, marktgewogen (d.w.z. naar beurswaarde gewogen) index volgt. Elke andere soort index (b.v. gelijkgewogen, naar omvang economie gewogen en alles onder de noemer ‘smart beta’) is een vorm van actief beleggen verpakt als passief beleggen. De samenstelling van niet marktgewogen indices is immers gebaseerd op actieve beleggingskeuzes.
  2. Hoe wordt de index gevolgd? Er zijn drie manieren. 1) Volledige replicatie: beleggen in alle aandelen in de index, in dezelfde verhouding als dat ze in de index voorkomen. 2) Gedeeltelijke replicatie: beleggen in een selectie van de aandelen in de index. 3) Synthetische replicatie: beleggen in derivaten, zogeheten ruilovereenkomsten. Optie 1 is zuiver. Optie 2 is risicovoller omdat niet in alle aandelen wordt belegd waardoor het rendement verder kan afwijken van de index. Optie 3 is minder transparant en soms risicovol.
  3. Wat zijn de kosten? In de eerste plaats zijn er de jaarlijkse kosten van het indexfonds. Maar let ook op een eventuele op- of afslag (spread, swing pricing) die in de koers zit verwerkt. En de kosten die in rekening worden gebracht door de bank, broker of vermogensbeheerder waar je een beleggingsrekening aanhoudt.
  4. Kan dividendbelasting worden teruggevorderd? In hoeverre kan het indexfonds de belasting die wordt ingehouden op dividenduitkeringen van de onderliggende aandelen terugkrijgen? Dit is van groot belang omdat het terugvorderen van dividendbelasting veel kan opleveren. Soms zelfs voldoende om de kosten helemaal terug te verdienen. Een indexfonds met hogere kosten dat veel dividendbelasting kan terugvorderen kan voordeliger zijn dan een indexfonds met lagere kosten dat weinig dividendbelasting kan terugvorderen.
  5. Worden aandelen uitgeleend? Veel indexfondsen leveren aandelen (tijdelijk) uit aan andere partijen zoals hedgefondsen. Hier krijgen de indexfondsen een vergoeding voor. Wat extra inkomsten dus. Maar let op: de vergoeding gaat vaak voor een behoorlijk deel naar de beheerder van het indexfonds en niet naar de belegger. En het grote nadeel van aandelen uitlenen is dat de risico’s moeilijk zijn in te schatten.

Meer informatie over de kenmerken van indexfondsen en ETF’s is te vinden in de AFM publicaties ‘Onderzoek indextrackers’ of ‘De klant in beeld’ (van 3 januari 2018, p. 20).

Proef op de som
In de praktijk is duidelijk te zien dat naast kosten ook andere kenmerken van indexfondsen van belang zijn voor het rendement. Om dit te illustreren hebben we het rendement van ons grootste fonds, het Meesman Indexfonds Aandelen Wereldwijd, vergeleken met het rendement van drie ETF’s die ook een wereldwijde aandelenindex volgen maar lagere kosten hebben dan het Meesman fonds.

Het Meesman Indexfonds Aandelen Wereldwijd volgde tot oktober 2017 de ‘gewone’ MSCI World Index en sindsdien de MSCI World Custom ESG Index. De jaarlijkse kosten zijn 0,5% per jaar. In de tabel hieronder staan gegevens van de drie ETF’s. Het rendement van de ETF’s is berekend vanaf het eerste volle kalenderjaar na oprichting tot en met eind 2018 (Bron: Morningstar). Vervolgens is voor dezelfde periode het rendement van het Meesman Indexfonds Aandelen Wereldwijd berekend (laatste kolom, helemaal rechts). Alle rendementen zijn na aftrek van de jaarlijkse kosten.

Alle drie de ETF’s hebben lagere kosten dan het Meesman fonds. Op basis van alleen de kosten zou je dus verwachten dat ze een hoger rendement hebben dan het Meesman fonds. Bij geen van de drie is dit echter het geval. Bij twee van de drie is het rendement lager, bij één is het rendement hetzelfde. Dit is voor een deel te verklaren door het feit dat ze allemaal een andere index volgen. Maar ook de terugvordering van dividendbelasting en andere kenmerken spelen een rol. Deze drie voorbeelden maken duidelijk dat er meer is dan alleen de kosten om op te letten. Het gaat om het totaalplaatje.

« Ga naar overzicht