Succes meer kwestie van geluk dan kunde    

    Bij beleggingsfondsen die goed presteren speelt geluk een veel grotere rol dan kunde.

    Fondsbeheerders die goede resultaten behalen hebben meestal een beleggingsstijl of -strategie die onder bepaalde marktomstandigheden goed werkt. De kunde zit hem erin dat zij onder die specifieke marktomstandigheden beter presteren dan anderen. Maar onder andere marktomstandigheden werkt die stijl niet. Omdat marktomstandigheden regelmatig veranderen kan je als fondsbeheerder alleen goed blijven presteren als je regelmatig je stijl verandert en dat steeds op het goede moment doet. Dat lukt vrijwel niemand. Daarom zijn er zo weinig beleggingsfondsen die goede prestaties weten vast te houden.

    90 procent scoort slecht
    Zoals blijkt uit een recent onderzoek naar de consistentie van de prestaties van in het Verenigd Koninkrijk gevestigde beleggingsfondsen. Slechts 1,3 procent van de circa 2.000 fondsen slaagde erin om drie jaar achtereen tot de 25 procent best presterende fondsen te behoren. En niet meer dan 8,6 procent lukte het om drie jaar achtereen tot de 50 procent best presterende fondsen te behoren. Kortom, meer dan 90 procent van de beleggingsfondsen is niet in staat drie jaar achtereen bovengemiddeld te presteren.

    Verleden zegt niets
    Volgens de onderzoekers was de belangrijkste conclusie van hun onderzoek dat beleggers niet moeten kijken naar in het verleden behaalde rendementen – die zeggen niets over wat in de toekomst zal gebeuren en wie dan de winnaars zullen zijn. Dit klopt natuurlijk. Maar interessanter is eigenlijk wat het onderzoek zegt over geluk versus wijsheid bij beleggingsfondsen. Als goede prestaties volledig aan kunde zouden zijn toe te schrijven dan zouden elk jaar dezelfde fondsen tot de 25 procent best presterende fondsen behoren. 25 procent van alle fondsen zouden dan drie jaar achtereen in het beste kwartiel (de top 25 procent) scoren.

    Willekeur
    Als goed presteren daarentegen geheel een kwestie van geluk zou zijn dan zou je verwachten dat van de fondsen die in het eerste jaar tot het beste kwartiel (de top 25 procent) behoren, slechts 25 procent erin slaagt dat het tweede jaar weer te doen. Dan kom je op 6,25 procent die twee jaar achtereen top presteert. En in jaar drie zou dan weer 25 procent van deze 6,25 procent erin slagen top te presteren. Dan kom je op 1,6 procent van de fondsen drie jaar achtereen tot de 25 procent best presterende fondsen behoort. Deze 1,6 procent is bijna hetzelfde als het echte cijfer uit het onderzoek: 1,3 procent. Kortom, er zijn dus niet meer goed presterende beleggingsfondsen dan je op basis van willekeur zou verwachten. Bij ‘succes’ speelt geluk een veel grotere rol dan kunde.