Column Hendrik Meesman, 6 juli 2009
SNS pronkt met de hoge scores van haar beleggingsfondsen in het Elsevier-scorebord. Wie kijkt naar de resultaten ten opzichte van de index komt tot een ander oordeel.
Op de website van SNS Bank staat onder de kop ‘SNS Fondsen scoren hoog’ het volgende bericht:
‘In het Elsevier-scorebord van beleggingsfondsen per 31 maart 2009 domineren beleggingsfondsen met focus op deposito’s en obligaties, de Top-100. SNS Euro Liquiditeitenfonds klom naar de eerste plaats, met op de vijfde plaats het SNS Euro Obligatiefonds.’ En … ‘Van de vijftien SNS Beleggingsfondsen die in aanmerking komen voor een Top-100 notering, maken maar liefst dertien SNS Fondsen deel uit van de lijst met toppers.’ Tenslotte citeert SNS het Elsevier artikel: 'In de tot voor kort zo populaire categorie aandelenfondsen scoort SNS relatief goed met zowel het Wereld Aandelenfonds, het Amerika Aandelenfonds en het Azië Aandelenfonds.’’
Volgens SNS laat het Elsevier-scorebord zien dat de beleggingsfondsen van SNS goed presteren. Een uitkomst waar wij enigszins van opkeken omdat wij onlangs zelf naar de prestaties van de SNS beleggingsfondsen hebben gekeken en tot een andere conclusie waren gekomen. Vanwaar dit verschil?
Elsevier-scorebord
De Elsevier-scorecard, opgesteld door Auke Plantinga van de Universiteit Groningen, is gebaseerd op de zogeheten Fouse-index. Daarbij wordt het behaalde rendement over drie en vijf jaar gecorrigeerd voor het risico. Hoe het rendement en risico precies wordt berekend wordt er niet bij vermeld maar we gaan er vanuit dat dit op een wetenschappelijk doortimmerde manier gebeurt. Toch leidt deze beoordeling tot vreemde resultaten die beleggers op het verkeerde been kunnen zetten.
Rendement
In de tabel hieronder ziet u het rendement van de SNS aandelen- en obligatiefondsen die minimaal vijf jaar bestaan. De rendementen over de afgelopen drie, vijf en tien jaar (waar beschikbaar) zijn tot en met 3 juli jl. en komen van Morningstar, een onafhankelijke leverancier van informatie over beleggingsfondsen. Een groen cijfer geeft aan dat het fonds beter dan de index heeft gepresteerd, een rood cijfer geeft aan dat het rendement slechter was dan de index. Omdat een aantal SNS beleggingsfondsen zelf een andere benchmark hanteert dan waar Morningstar het fonds mee vergelijkt, hebben wij ook in het laatste jaarverslag (t/m eind 2008) gekeken in hoeveel van de afgelopen zes kalenderjaren (2003 t/m 2008, meer stond niet in het jaarverslag) de SNS fondsen de door hun zelf vastgestelde benchmark wisten te verslaan. Dit staat in de laatste kolom.
SNS Fonds |
|
|
| Hoeveel van laatste 6 |
| Wereld Aandelenfonds | -10,7 | -2,9 | nb | 0 van de 6 |
| Amerika Aandelenfonds | -10,6 | -4,7 | nb | 1 van de 6 |
| Euro Aandelenfonds | -11,0 | -1,4 | -3,9 | 2 van de 6 |
| Nederland Aandelenfonds | -14,5 | -3,1 | -5,9 | 1 van de 6 |
| Azië Aandelenfonds | -10,5 | -1,5 | nb | 0 van de 6 |
| Duurzaam Aandelenfonds | -11,1 | -1,5 | -3,7 | 2 van de 6 |
| Euro Obligatiefonds | 3,7 | 3,3 | 3,8 | 0 van de 6 |
| Euro Liquiditeitenfonds | 3,5 | 2,6 | 2,6 | 0 van de 6 |
Top fondsen?
Laten we nu nog eens kijken naar de fondsen die in de Top 100 van Elsevier op de eerste en vijfde plaats staan: het SNS Euro Liquiditeitenfonds en het SNS Euro Obligatiefonds. Beide fondsen wisten over de afgelopen drie, vijf en tien jaar hun eigen doelstelling (een hoger rendement dan de relevante index halen) niet waar te maken. En in de afgelopen zes kalenderjaren lukte het ze niet één keer de index te verslaan. Sommige van de SNS aandelenfondsen presteren iets minder slecht maar met de mogelijke uitzondering van het SNS Amerika Aandelenfonds is er niet één fonds waarvan je kunt zeggen dat het op lange termijn een goed rendement behaalt.
Rendement t.o.v. risico
Het Elsevier-scorebord kijkt echter niet alleen naar het rendement. Er wordt ook rekening gehouden met het risico. Zoals gezegd, weten we niet hoe het risico precies wordt vastgesteld. Maar als we kijken naar het risico van de bovengenoemde SNS beleggingsfondsen volgens Morningstar dan zien we dat de meeste een gemiddeld risico hebben. En waar het risico hoger of lager is dan gemiddeld gaat het veelal om kleine verschillen. Eigenlijk hebben alle bovengenoemde SNS beleggingsfonds een risico dat behoorlijk dicht in de buurt ligt van vergelijkbare fondsen en van de index waarmee ze zich vergelijken. Dat geldt zeker voor de twee SNS fondsen met de hoogste klassering in het Elsevier-scorebord: het Euro Obligatiefonds en het Euro Liquiditeitenfonds.
Wat is er aan de hand?
Als het rendement niet hoog is en het risico niet laag is, hoe kan het dan dat Elsevier concludeert dat de SNS beleggingsfondsen goed scoren? Dat kan liggen aan het feit dat de peildatum een andere is. Dat zal ongetwijfeld enig verschil maken, maar onvoldoende om tot een wezenlijk ander oordeel te komen. Waar het dan wel aan ligt? De berekenmethodiek. Elsevier kijkt naar hoeveel rendement een beleggingsfonds behaalt voor het risico dat het neemt en vergelijkt dit met andere fondsen. Weet een fonds meer rendement voor een bepaalde hoeveelheid risico te behalen dan een ander, dan presteert het volgens deze maatstaf relatief goed.
Het gaat echter te ver om dan te spreken van een goed fonds. Want de methodiek die voor de Elsevier-scorebord wordt gebruikt kijkt niet naar hoe een fonds presteert ten opzichte van haar eigen doelstelling, namelijk de voor dat fonds relevante index verslaan. Met als gevolg dat volgens deze methodiek fondsen goed kunnen scoren ondanks dat zij hun eigen doelstelling (de index verslaan) niet weten te realiseren. Een vreemde uitkomst.
Meer columns
Hendrik Meesman is directeur van Meesman Index Investments. In deze column geeft Hendrik Meesman zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp. Dit hoeft niet de mening te zijn van Meesman Index Investments. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Vragen of reacties kunt u mailen naar h.meesman@meesman.nl.
