S&P ontkracht mythes


    Column Hendrik Meesman, 15 juni 2009

    S&P onderzocht de prestaties van Amerikaanse beleggingsfondsen. In alle categorieën bleven actief beheerde fondsen achter bij de index. Twee mythes worden ontkracht.

    Standard & Poor’s, de Amerikaanse leverancier van informatie en analyses over financiële markten, doet regelmatig onderzoek naar de prestaties van actief beheerde beleggingsfondsen in de VS. Om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de hele markt worden in dit onderzoek ook meegenomen de prestaties van beleggingsfondsen die nu niet meer bestaan omdat ze zijn opgedoekt of met een ander fonds zijn gefuseerd. Onlangs is de balans per eind 2008 opgemaakt (Indices Versus Active Funds Scorecard).

    Actief beheerde aandelenfondsen
    Uit het onderzoek blijkt dat in de VS vorig jaar 54 procent van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen van grote bedrijven, 75 procent van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen van middelgrote bedrijven en 84 procent van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen van kleine bedrijven achterbleven bij de index. Over de afgelopen vijf jaar waren de cijfers 72 procent, 79 procent en 85 procent respectievelijk. De resultaten zijn vergelijkbaar met de vorige marktcyclus van vijf jaar (1999 t/m 2003).

            

    2008

            

    2004 - 2008

    Large Cap Funds 

    54%

     

    72%

    Mid Cap Funds 

    75%

     

    79%

    Small Cap Funds 

    84%

     

    85%


    Mythe 1: beter in minder efficiënte markten
    In de VS worden aandelenfondsen gecategoriseerd naar aanleiding van de omvang van de bedrijven waarin zij beleggen (groot, middelgroot, klein) en de beleggingsstijl die zij hanteren (groei, waarde of gemengd). Zo ontstaan in totaal negen subcategorieën van aandelenfondsen. In alle negen subcategorieën bleef een meerderheid van de beleggingsfondsen over de afgelopen vijf jaar achter bij de index. In de best presterende categorie (grote bedrijven, waarde stijl) moest 53 procent de index voor laten gaan. In de slechtst presterende categorie (kleine bedrijven, groei stijl) faalde maar liefst 96 procent.

    Aandelenfondsen die buiten de VS beleggen presteerden even slecht. Ook in opkomende landen. Niet minder dan 90% van de emerging markets fondsen kon over de afgelopen vijf jaar de index niet bijbenen. De bewering dat het in minder efficiënte markten, zoals small caps en emerging markets, makkelijker zou zijn de index te verslaan blijkt in de praktijk dus niet te kloppen. Hier is ook een goede verklaring voor. Beleggen in minder efficiënte markten brengt hoge kosten met zich mee, waardoor de lat voor actieve beleggers nog hoger ligt dan in efficiënte markten.

    Mythe 2: beter in bear markets
    Ook in bear markets (dalende beurzen) beweren actieve beleggers dat zij beter kunnen/zullen presteren dan de index omdat zij twee voordelen hebben die de index niet heeft: zij kunnen cash aanhouden en meer in defensieve aandelen beleggen. In de rendementscijfers is hier echter niets van terug te zien. Actief beheerde aandelenfondsen presteren in neergaande markten wel iets beter dan in opgaande markten, maar ook in moeilijke tijden blijven de meeste achter bij de index. Dit was niet alleen in 2008 het geval. Maar ook tijdens de sluipkrach na het barsten van de internetzeepbel eerder deze eeuw. S&P noemt deze bewering dan ook een mythe.

            

    2008

            

    2000 - 2002

    Large Cap Funds 

    54%

     

    54%

    Mid Cap Funds 

    75%

     

    77%

    Small Cap Funds 

    84%

     

    72%


    Actief beheerde obligatiefondsen
    Het is bekend dat de prestaties van actief beheerde obligatiefondsen nog slechter zijn dan van aandelenfondsen. Dit onderzoek onderstreept het nog eens. In alle subcategorieën (in onderstaande tabel zijn ze niet allemaal opgenomen) kon een grote meerderheid van de actief beheerde obligatiefondsen de index niet bijbenen. Hoewel niet verbazingwekkend, is het toch wel schokkend om te zien dat er categorieën zijn waarin geen enkel fonds de markt wist te overtreffen.

            

    2008

           

    2004 - 2008

    Langlopende staatsobligaties VS 

    90%

     

    93%

    Kortlopende staatsobligaties VS 

    84%

     

    91%

    Langlopende obligaties, hoge kredietwaardigheid 

    95%

     

    100%

    Kortlopende obligaties, hoge kredietwaardigheid 

    99%

     

    100%

    Obligaties, lage kredietwaardigheid (high yield) 

    37%

     

    52%

    Obligaties, wereldwijd 

    78%

     

    79%

    Obligaties, opkomende landen 

    65%

     

    63%



    Meer columns


    Hendrik Meesman is directeur van Meesman Index Investments. In deze column geeft Hendrik Meesman zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp. Dit hoeft niet de mening te zijn van Meesman Index Investments. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Vragen of reacties kunt u mailen naar h.meesman@meesman.nl.