Vertrouwen in banken


    Column Hendrik Meesman, 25 mei 2009

    Door de kredietcrisis is het vertrouwen in banken ernstig geschaad. Kunt u er nog op vertrouwen dat banken in Nederland niet failliet zullen gaan en uw geld er met een gerust hart stallen?

    Het wordt vaak gezegd: vertrouwen komt te voet en vertrekt te paard. De kredietcrisis heeft laten zien hoe hard het kan gaan. Na jaren van voorspoed en een alsmaar uitdijende financiële sector sloeg de omkeer in 2008 ongekend snel toe. Vooral na de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september 2008 droogde het vertrouwen in financiële instellingen volledig op. De vraag die velen zich nu stellen is of je banken nog wel kunt vertrouwen. Achter deze vraag gaan eigenlijk twee vragen schuil. Kan je erop vertrouwen dat banken niet failliet gaan? Kan je erop vertrouwen dat banken het beste met je voor hebben? In deze column behandelen we de eerste vraag.

    Deze vraag is overigens vooral van belang voor geld dat op een betaal- of spaarrekening staat omdat die tegoeden verloren kunnen gaan als een bank failliet gaat. En dan alleen voor grote bedragen omdat de Nederlandse Staat tegoeden tot een bedrag van 100.000 euro garandeert. Beleggers raken hun vermogen in beginsel niet kwijt als de bank waarbij zij beleggen omvalt, omdat banken wettelijk verplicht zijn het vermogen van beleggers juridisch te scheiden van het vermogen van de bank.

    Geen vertrouwen
    Net als andere bedrijven kunnen ook banken slecht bestuurd worden en in financiële problemen komen. De kredietcrisis heeft duidelijk laten zien dat dit bij veel banken ook het geval is. Het gezaghebbende Britse weekblad The Economist heeft het over: ‘Their conspicuous inability to manage their own businesses’. Dichter bij huis geeft ‘De Prooi’, het boek over de ondergang van ABN Amro, een goed inzicht in hoe beroerd sommige financiële instellingen worden geleid.

    Door slecht management zijn veel banken en andere financiële instellingen op de rand van de afgrond terecht gekomen. Een enkeling is er overheen gevallen. Denk aan Lehman Brothers en Washington Mutual in de Verenigde Staten en de grote IJslandse banken. In Nederland is Icesave, het Nederlandse filiaal van een IJslandse bank, over de kop gegaan. En het is in veel landen, waaronder Nederland, aan kordaat optreden van de overheid te danken dat er niet veel meer banken kopje onder zijn gegaan.

    Daarbij komt dat niet alleen in ernstige crises banken ten onder gaan. Ook in betere tijden gaat het soms mis. In Nederland niet zo vaak maar zo nu en dan wel. Denk aan het kleinere Van der Hoop Bankiers dat in 2005 de deuren moest sluiten. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het verder nog drie keer voorgekomen: de Teixeira de Mattos Bank in 1966, de Tilburgse Hypotheekbank in 1981 en de Amsterdam-American Bank in 1982. In andere landen zoals de VS gebeurt het veel vaker. Al met al lijkt het dus verstandig om er vanuit te gaan dat banken in Nederland failliet kunnen en soms ook zullen gaan. En dus niet meer dan 100.000 euro aan spaargeld bij een bank te parkeren.

    Wel vertrouwen
    Toch is dit antwoord te kort door de bocht. Want voor sommige banken is de kans dat ze ook daadwerkelijk failliet zullen gaan in de praktijk toch wel erg klein. Het gaat dan om de zogeheten systeembanken – grote banken die sterk verweven zijn met de rest van het financiële stelsel en belangrijk voor basale diensten waar de reële economie niet zonder kan (zoals betalingsverkeer en kredietverlening). Een faillissement van zo’n bank zou een kettingreactie teweegbrengen en dermate veel schade aanrichten dat de overheid ze feitelijk niet failliet kan laten gaan. Deze banken zijn ‘too big to fail’.

    Dit is een belangrijke les geweest van de financiële crisis uit de jaren ’30 van de vorige eeuw, toen het op de fles gaan van duizenden banken in de VS uitmondde in De Grote Depressie. Beleidsmakers lijken die les te hebben geleerd. Tijdens deze kredietcrisis zijn dan ook heel wat banken door de overheid van de ondergang gered. Bovendien zal deze crisis ongetwijfeld leiden tot strengere kapitaalseisen, minder leverage (hefboom), beter toezicht (intern en extern) en een focus op minder risicovolle activiteiten bij banken. Dat maakt het minder waarschijnlijk dat op korte termijn – de schrik zit er nog goed in – banken zich weer richting de rand van de afgrond bewegen. Het lijkt dan ook redelijk om er vanuit te gaan dat de kans klein is dat een grote Nederlandse bank in de voorzienbare toekomst zal omvallen.

    Klein is fijn
    Toch is ook hier een kanttekening op z’n plaats. Want banken kunnen ook ‘too big to save’ zijn. Banken kunnen zo groot worden dat, zelfs als de overheid ze wel wil redden als het misgaat, de overheid het niet kan omdat het gewoon te duur zou zijn. Het zou het failliet van de overheid betekenen, en dat is nog erger dan een failliete banksector. Dit is wat er in IJsland is gebeurd, waar de drie grootbanken meer dan tien keer zo groot waren als het bruto binnenlands product van het land toen ze ten onder gingen. Zo erg is het in Nederland niet, maar ook hier hebben de banken een balans die vele malen groter is dan ons nationale inkomen. Zouden de banken in de toekomst nog groter worden, dan komt er een moment dat we moeten gaan oppassen. Niet voor niets stelt Minister van Financiën Wouter Bos nu al de vraag hoe groot banken mogen zijn.


    Meer columns


    Hendrik Meesman is directeur van Meesman Index Investments. In deze column geeft Hendrik Meesman zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp. Dit hoeft niet de mening te zijn van Meesman Index Investments. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Vragen of reacties kunt u mailen naar h.meesman@meesman.nl.