De lessen van 2008
    Column Hendrik Meesman, 5 januari 2009

    Het jaar 2008 zit erop. De verliezen op de beurs zijn groot. Wat kunnen beleggers leren van het afgelopen jaar?

    Het jaar 2008 zit erop. De meeste aandelenmarkten zijn met tientallen procenten in waarde gedaald. Voor de MSCI World Index was het rendement -37,6%. Dit is het grootste verlies in een kalenderjaar sinds de start van deze index in 1970. Een erg slecht beleggingsjaar dus. Toch is een kanttekening op z’n plaats. Sinds 1970 was dit het vijfde kalenderjaar met een verlies van meer dan 25%. De andere vier waren 1973 (-26%), 1974 (-34%), 1990 (-28%) en 2002 (-32%). Desondanks was het gemiddelde rendement in deze periode meer dan 8% per jaar. Risico en rendement gaan samen.

    2008 was het jaar van de kredietcrisis. Over het hoe en waarom van deze crisis is al heel veel geschreven. In deze column iets anders: de drie belangrijkste lessen uit 2008 voor beleggers.

    1. Voorspellen is en blijft moeilijk
    De afgelopen weken stonden de media vol met terugblikken op 2008. Wat daarbij opviel was dat vrijwel iedereen toegeeft de crisis niet te hebben zien aankomen. De deskundigen zijn uitzonderlijk openhartig. Dat gebeurt niet vaak. Het zegt op zich al heel wat over de gemoedstoestand van de marktvorsers. Een enkeling zegt wel tijdig te hebben gewaarschuwd. Daarbij zitten veel professionele doemdenkers die al vele jaren roepen dat het misgaat. Als je dat lang genoeg roept krijg je vroeg of laat natuurlijk gelijk. Maar veel waarde heeft het (voor beleggers in ieder geval) niet. Een positieve uitzondering hierop is Nouriel Roubini van New York University. Hij kwam in 2006 met een analyse waarvan nu blijkt dat hij het bij het rechte eind had.

    Opvallend is ook dat verschillende banken (en andere deskundigen) zich niet meer wagen aan voorspellingen voor 2009. Naar eigen zeggen vanwege de uitzonderlijke bewegelijkheid van de beurzen op dit moment. Een veelzeggende opmerking. Het impliceert namelijk dat ze alleen kunnen voorspellen als het relatief rustig is op de beurs. Nou weten we dat dit niet klopt – ook in minder rumoerige tijden zitten ze er continu naast. Maar zelfs als we zouden aannemen dat het wel klopt, dan nog is dit een grote teleurstelling. Een voorspeller die het alleen maar kan als het business as usual is heeft voor een belegger weinig toegevoegde waarde. Juist als het er echt toe doet (de grote omslagmomenten op de beurs) zou een goede voorspelling van pas komen. We weten nu in ieder geval dat we daar niet op hoeven te rekenen.

    2. Enige echt veilige belegging is staatsobligaties
    Volgens de beleggingsleer is het van belang om een beleggingsportefeuille over veel verschillende beleggingscategorieën te spreiden. Dus niet alles in aandelen. Maar afhankelijk van hoeveel rendement je wilt behalen en hoeveel risico je wilt lopen, ook beleggen in obligaties, vastgoed, grondstoffen, hedgefondsen, private equity (niet-beursgenoteerde aandelen) etc … Doordat deze beleggingen niet helemaal tegelijkertijd en even hard in waarde stijgen en dalen (als de een het goed doet, presteert de ander minder goed en andersom) worden de waardeschommelingen van de portefeuille als geheel gedempt. Dat was de gedachte.

    Dat het verstandig is om niet al je eieren in een mandje te stoppen staat buiten kijf. Maar daarmee is niet gezegd dat je dan maar overal wat geld in moet stoppen. Mede door de globalisering is de samenhang (correlatie in het jargon) in de waardeontwikkeling van veel beleggingscategorieën toegenomen waardoor spreiding vaak tekortschiet juist als je het nodig hebt. 2008 was daar een goed voorbeeld van. Het afgelopen jaar laat zien dat als het echt misgaat op de beurs, veel beleggers zeer risicomijdend worden en alles in de uitverkoop doen. In 2008 zijn vrijwel alle soorten beleggingen sterk in waarde gedaald. De belangrijkste uitzondering: staatsobligaties. Die werden als veilige vluchthaven gezien en zijn sterk in waarde gestegen. Er zijn twee lessen voor beleggers. Ten eerste dat in een echte beurscrisis staatsobligaties het beste werken als stabilisator in een beleggingsportefeuille. Ten tweede dat er een groot verschil is tussen staats- en bedrijfsobligaties. Bedrijfsobligaties zijn in 2008 zwaar onderuit gegaan.

    3. Ook in slechte tijden presteren actief beheerde fondsen slecht
    In de goede beursjaren ’80 en ’90 lukte het de meeste actief beheerde beleggingsfondsen niet de index te verslaan. Het weerwoord was toen dat zij in mindere tijden het beter zouden doen omdat zij niet hun hele vermogen hoefden te beleggen (cash konden aanhouden) en in defensievere aandelen konden beleggen. Twee voordelen die de index niet heeft.

    Tijdens de eerste grote beurscrisis van deze eeuw (de sluipkrach van 2000 tot 2003) is hier echter niets van gebleken. Eerder het tegenovergestelde. En in de huidige kredietcrisis ook niet. Hieronder een tekst uit een recente nieuwsbrief van Morningstar, een onafhankelijke aanbieder van informatie over beleggingsfondsen.

    ‘Tot overmaat van ramp bleken de meeste wereldwijd beleggende fondsen in 2008 geen enkele waarde toe te voegen. Van de meest courante aandelenfondsen “verbeterden” alleen DWS Vermögensbildungsfonds (-32,0%), het ASN Aandelenfonds (-36,4%) en Allianz Holland Wereld Fonds (-37,4%) de wereldwijde index. In hetzelfde lijstje met wereldwijde fondsen vind ik dertig fondsen die het slechter deden dan de index met Fortis Obam, Robeco Young Dynamic, DWS Invest Global Equities en Skagen Global als hekkensluiters.

    Natuurlijk moeten we prestaties van beleggingsfondsen over een langere periode bekijken en is met een dergelijk lijstje niet gezegd dat deze fondsen het in de toekomst ook slecht zullen doen. Feit blijft wel dat de resultaten van de spreiding en het actieve beheer van beleggingsfondsen behoorlijk tegenvallen in tijden waarin u juist deze eigenschappen zo nodig had. Vanuit diverse perspectieven is het behaalde rendement teleurstellend.’

    Net als in goede tijden, blijven ook in slechte tijden de meeste actief beheerde beleggingsfondsen achter bij de index. Maar er zit nog een belangrijke les in dit verhaal van Morningstar. Namelijk, dat beleggingsfondsen die in goede tijden beter presteren dan gemiddeld het in slechte tijden veelal slechter doen dan gemiddeld. Zie bijvoorbeeld Fortis Obam. Waarmee we terug zijn bij waar we mee begonnen: rendement en risico gaan samen.


    Hendrik Meesman is directeur van Meesman Index Investments. In deze column geeft Hendrik Meesman zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp. Dit hoeft niet de mening te zijn van Meesman Index Investments. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Vragen of reacties kunt u mailen naar h.meesman@meesman.nl.